Waar in het Oude Testament staat dat de duivel je laat wankelen?
De duivel, ook wel bekend als Satan of de tegenstander, wordt in de Bijbel vaak beschreven als een verleider die mensen probeert te verleiden tot zonde en ongehoorzaamheid aan God. Maar waar in het Oude Testament staat dat de duivel je laat wankelen?
Job 1:6-12
Een van de bekendste passages in het Oude Testament waarin de duivel voorkomt, is Job 1:6-12. In deze passage is de duivel in gesprek met God en beweert hij dat Job alleen trouw aan God blijft omdat hij gezegend is met rijkdom en welvaart. God is het hier niet mee eens en staat toe dat de duivel Jobs bezittingen mag wegnemen om te zien of hij nog steeds trouw zal blijven.
Dit leidt tot een reeks rampen voor Job, waaronder het verlies van zijn vee, zijn slaven en zijn kinderen. Ondanks deze tragedies blijft Job trouw aan God en wijst hij de verleidingen van de duivel af.
Psalm 91:11-12
Een andere passage in het Oude Testament waarin de duivel wordt genoemd, is Psalm 91:11-12. Hier wordt gezegd dat God zijn engelen bevel geeft om de gelovigen te beschermen en hen te behoeden voor de verleidingen van de duivel:
Want Hij zal u bevelen Zijn engelen over u te beschermen, om u te behoeden op al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, opdat u uw voet niet aan een steen stoot.
Deze passage suggereert dat de duivel inderdaad probeert om mensen te laten wankelen en te struikelen, maar dat God zijn engelen heeft gestuurd om ons te beschermen tegen zijn verleidingen.
1 Kronieken 21:1-8
Tenslotte is er nog de passage in 1 Kronieken 21:1-8, waarin de duivel David aanzet tot zonde door hem aan te sporen om een volkstelling te houden. Dit is tegen de wil van God, die David straft door middel van een plaag die duizenden mensen het leven kost.
Deze passage laat zien dat de duivel niet alleen probeert om individuele mensen te verleiden, maar ook om hele naties te verleiden tot zonde en ongehoorzaamheid aan God.
Conclusie
In het Oude Testament zijn er verschillende passages waarin de duivel voorkomt en waarin hij wordt beschreven als een verleider die mensen probeert te laten wankelen en te struikelen. Deze passages benadrukken het belang van trouw blijven aan God en weerstand bieden aan de verleidingen van de duivel.